Geschiedenis
Op 1 mei 1921 werd Zesgehuchten door Geldrop geannexeerd. Twee heel
verschillende dorpen werden verenigd tot één gemeente.
Er werden twee woningen van gemaakt en de grote trap die naar het balkon
leidde werd gesloopt. De leeuw met het gemeentewapen die op de pilaster van de
leuning stond, heeft nog tientallen jaren in " den hof " van de
familie Geeven gestaan. Samen met de eigenaar, het Anjerfonds en de gemeente heeft de Belangenvereniging ter gelegenheid van haar eerste lustrum het gemeentewapen aan de zijgevel van het gemeentehuis laten restaureren. Zesgehuchten is, zoals de naam al zegt, de verzamelnaam van de zes gehuchten waaruit deze vroegere gemeente is opgebouwd. Maar welke zijn die gehuchten nu precies? En waar komen hun namen vandaan? Zesgehuchten hoorde bij de heerlijkheid Heeze, Leende en Zesgehuchten en bestond uit Gijzenrooi, Genoenhuis, Hulst, Hoog Geldrop 't Hout en Riel. Op het tegeltableau van het voormalig gemeentehuis maakte de ontwerper een
historische fout: hij vermeldde niet het gehucht Genoenhuis ( wat "dat nieuwe huis"
betekent) maar spreekt wel over 't Zand. (Zie: Alles wat hier leeft, spint, twernt of weeft; Jean Coenen 1987) Verschillende straatnamen verklappen iets over hoe het er in Zesgehuchten in
vroeger tijd uit moet hebben gezien. Neem de Rielsedijk. Om vanuit het gehucht
Riel bij de kerk te komen, moest men dwars over de Rielsche Heide, een gebied
rijk aan vennen en moerassig bos. (Het enig overgebleven moerassige gebied is de
Zegge.) Iets verder op lag (en ligt) Papenvoort, dat zijn naam ontleende aan
de doorwaadbare plaats (voort) in de beek ter plaatse, waar de priesters (of
papen) plachtten over te steken. Wie van de andere kant van de kerk kwam moest
een goed voerman zijn, want daar moest men door een modderige landweg de Diepe
Vaart. De aanleg van de spoorlijn sneed Zesgehuchten in tweeën. Nog steeds is het spoor een barrière tussen Zesgehuchten en het centrum van Geldrop. Omdat er een oversteek over het Eindhovens kanaal gemaakt moest worden, werd de spoorlijn verhoogd aangelegd. Het zand dat voor deze ophoging nodig was werd door een grote machine uitgegraven. Op die plaats ontstond een grote vijver, die genoemd is naar die graafmachine, die in de volksmond "De IJzeren Man" heette. Een aantal "spoorwerkers" is in Zesgehuchten blijven wonen en
stichtten hier hun gezin. Ook bood "het spoor" werk bij het
emplacement bij het station. Aan de Zesgehuchtense kant werden daar de wagons
geladen en gelost. Via de Losweg kon (kan) men bij de oprit komen en naar
boven rijden. Bij de wielersportliefhebbers is deze klim bekend onder de naam van "de col van Zesgehuchten". Toen steeds meer mensen gingen fietsen werd het noodzakelijk om betere
fietsvoorzieningen aan te leggen. Aan de Rielsedijk is een historisch en markant huis herbouwd: "Huize
Josephine". Harrie was een sociaal bewogen man en bekleedde bestuursfuncties in allerlei
organisaties. Niet voor niets droeg hij de bijnaam "de burgemeester van
Zesgehuchten". De Harrie van Vlerkenstraat herinnert ons aan een markant Zesgehuchtenaar. Een aantal grootgrondbezitters hadden vroeger percelen grond in Zesgehuchten
liggen. Bij de bouw van de Bronzenwei is het op diverse plaatsen noodzakelijk geweest
om te heien om de woningen een stevig fundament te geven. Vroeger zijn hier
namelijk de leemlagen afgegraven en werden er van de leem stenen gebakken in de
ovens van de steenfabriek die er stond. (de "Steenoven").
|